Interview in Deltaforum met Watergraaf Peter Glas '‘Leven met Water dit jaar afgerond en Waterbeheer in breed perspectief"
Het kennisimpulsprogramma ‘Leven met water’, dat rond de eeuwwisseling het licht zag, wordt dit jaar afgerond. Het programma beoogde innovatief waterbeheer te stimuleren en de kennisinfrastructuur te verbeteren. Een van de initiatiefnemers, Watergraaf Peter Glas van waterschap de Dommel, maakt de balans op van bijna tien jaar samenwerking en innovatie en schetst zijn verwachtingen voor de toekomst.
Wat was de aanleiding voor het programma ‘Leven met water’?
“Dat was het rapport Waterbeheer 21e eeuw van de commissie Tielrooij. In dat rapport werd de vraag opgeworpen of Nederland met zijn waterbeheer wel klaar is voor de 21e eeuw. Wij, dat wil zeggen ikzelf, ik werkte toen nog bij het waterbouwkundig laboratorium, Han de Wit die destijds bij adviesbureau Tauw werkte en Frans van der Ven die bij het toenmalige Riza in dienst was, realiseerden ons door dat rapport dat er voor goed waterbeheer meer nodig is dan alleen de harde bèta ingenieurskennis. We vroegen ons af hoe je die bètakennis kunt verbinden met de andere kennisdomeinen, de alfa- en gammakennis dus, zoals bestuurskunde, recht, communicatie tot geschiedenis en psychologie aan toe. Ook dat laatste is belangrijk want als je gebieden op de schop wilt nemen, als je bijvoorbeeld watersystemen wilt veranderen in landelijke gebieden, dan heb je te maken met mensen. Het initiatief breidde zich uit en trok veel belangstellenden uit kennisorganisaties, belangengroeperingen en het bedrijfsleven aan. Er werkten al snel zo’n 1000 mensen direct of indirect aan het programma mee. In 2003 ben ik zelf Watergraaf geworden en een jaar later vroeg ‘Leven met water’ mij of ik weer betrokken wilde zijn bij het programma maar dan als voorzitter van de Kennismotor. Dat is het gezelschap dat zich buigt over de ingediende projectvoorstellen van bedrijven, kennisinstellingen en overheden.”
Wat heeft ‘Leven met water’ voor de waterschappen betekend?
“Aanvankelijk waren de waterschappen aarzelend in hun betrokkenheid bij het programma, maar dat is in de loop van de jaren sterk veranderd. In 2009 was veruit het merendeel van de waterschappen betrokken bij ongeveer de helft van de in totaal kleine honderd lopende projecten. Ik denk dat dat een hele goede score is. Het betekent dat de waterschappen zich realiseren dat effectief waterbeheer alleen maar tot stand gebracht kan worden vanuit verschillende disciplines en belangengroeperingen, met andere woorden: vanuit verschillende invalshoeken. Dat besef is heel snel gegroeid de afgelopen jaren. Ik denk dat dat mede de verdienste is geweest van ‘Leven met water’. Het project heeft als een soort proeftuin gediend om daar ervaring mee op te doen.”
Het project wordt dit jaar afgerond. Hoe gaat het verder?
“Ik denk dat het werk van ‘Leven met water’ op verschillende manieren voortgezet zal worden. De waterschappen hebben bijvoorbeeld gezamenlijk een eigen onderzoeksstichting, STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer). Dat is een faciliteit die van oudsher gericht was op technologie en afvalwaterzuivering. Maar in de loop van ‘Leven met water’ is er ook bij de STOWA veel meer betrokkenheid ontstaan bij die andere kennisaspecten die nodig zijn voor een goed integraal waterbeheer. Ik verwacht dat in de programmering van deze stichting een stuk van de continuïteit van het programma geborgd zal zijn. Daarnaast gebeurt er ook veel ‘on the job’. Waterschappen doen heel veel aan projecten die te maken hebben met gebiedsontwikkeling, samen met gemeenten, provincies en andere belanghebbenden. Ik denk dat ook daarin de kennis en vaardigheden die ‘Leven met water’ heeft opgeleverd steeds meer gebruikt zullen worden. Ook zal er nog een aantal vervolgprogramma’s georganiseerd worden waar ook de waterschappen bij betrokken zullen zijn. Een daarvan is een programma ‘Duurzame dynamische delta’, dat is een programma onder Fes financiering (Fonds economische structuurversterking). Ik zie dus allerlei ontwikkelingen om mij heen waarin het gedachtegoed van ‘Leven met water’ wordt gecontinueerd.”
Op 14 januari 2010 vindt er een slotconferentie plaats van ‘Leven met water’. Kunt u daar iets meer over vertellen?
“De slotconferentie is natuurlijk in de eerste plaats een feestelijke afsluiting van het programma. Wat ik verwacht is dat we stil zullen staan bij wat we hebben verworven aan nieuwe inzichten. Het doel van het project was water een nieuwe plek te geven in de ruimtelijke ordening en besluitvorming, het stimuleren van innovaties daarin en het versterken van de kennisstructuur. In die drie doelen is in de afgelopen jaren veel geld en moeite gestoken. De conferentie is dus ook bedoeld om verantwoording af te leggen over wat we hebben gedaan en bereikt. Maar ik denk dat we minstens evenveel aandacht zullen geven aan hoe het nu verder gaat. Ik ben ook heel benieuwd hoe andere partijen daarin staan. Of bouwend Nederland of woningbouwcorporaties daar ook ideeën over hebben, of hoe Verkeer en waterstaat of VROM daar tegenaan kijken. Ik hoop dat we daarover een interessante discussie kunnen hebben met elkaar en afspraken kunnen maken voor de toekomst.“
