“Je kunt zien dat de kennis toegepast wordt”
Vanaf het begin was Rein van der Kluit betrokken bij de oprichting van Leven met Water, nu kijkt hij als HID van de regionale dienst Zeeland van Rijkswaterstaat tevreden naar wat LmW in de praktijk teweeg heeft gebracht. Maar ook kijkt hij terug op zes roerige, spannende en inspirerende jaren. "Ik vind het heel erg jammer dat ik het programma heb moeten verlaten wegens verandering van functie. Ik heb het bestuurswerk altijd met heel veel plezier gedaan."
Bij het einde van het programma LmW is een terugblik op z'n plaats, een terugblik van een betrokkene die de hele bestaansperiode kan overzien en die ook nog eens als waterprofessional met een imponerende staat van dienst de ontwikkelingen in breder perspectief kan plaatsen. Maar toen Rein van der Kluit in 2001 als directeur van de Unie van Waterschappen gevraagd werd om bij één van de oprichtingsvergaderingen van LmW aanwezig te zijn, voelde hij er zich niet meteen thuis. "Er vlogen allemaal termen en afkortingen over tafel die ik niet kende. Op mijn vraag waarom de anderen mij erbij wilden hebben, kreeg ik het antwoord dat ze iemand zochten die niet direct gelieerd was aan een onderzoeksinstelling. De nadrukkelijke koppeling in LmW tussen kennisontwikkeling en praktijktoepassing sprak mij aan."
Voor Van der Kluit sluit de oprichting van LmW aan bij het Nationaal Bestuursakkoord Water waarin het anders omgaan met water werd aangekondigd. Over hoe waterbeheerders, maar ook andere overheden en adviesbureaus, dat precies moesten doen, was nu juist meer kennis gewenst. "De uitvoering van kennis is van meet af aan als zorgpunt erkend en daarom was het een sterk punt van LmW om de relatie met de praktijk heel nadrukkelijk op te zoeken. De werkvorm waarbij gekozen is voor het stimuleren van vele praktijkgerichte en multidisciplinaire opgezette projecten, heeft z'n waarde bewezen. Dat geldt ook voor de brugateliers en brugprojecten met andere kennisprogramma's, zodat water in breder verband werd opgepakt."
Netwerken
Naast de vele contacten met kennisinstellingen heeft LmW ook doelbewust aandacht besteed aan de doorvertaling van kennis naar het HBO, zoals bij de Delta Academy. "Het HBO is belangrijk, want dat levert de projectleiders van morgen. Verder heb ik het altijd op prijs gesteld dat er nadrukkelijk aandacht was voor kennisverspreiding, zodat ook de wethouder in Lutjebroek kennis kon nemen van de ontwikkelde kennis. Daarnaast is de grote aandacht voor de functie van netwerken een goede keuze geweest om er voor te zorgen dat de kennis wordt toegepast, maar ook om te voorkomen dat de vernieuwing doodbloedt. Ik hoop dat er regelmatig netwerkbijeenkomsten zijn om het gedachtegoed levend te houden. Het gaat niet om dat ene project, maar om het enthousiasme uit de projecten dat in de koppen en harten bewaard blijft."
De instelling van een leertafel vanuit LmW vindt Van der Kluit ook een sterk punt. "Als je alle via LmW ontwikkelde kennis in één leerstoel zou stoppen, vraag je het onmogelijke van een mens. Dat kan gewoon niet allemaal in één hoofd. Vandaar de leertafel Watergovernance: een netwerk van hoogleraren op het gebied van recht, economie, bestuurskunde en veiligheidskunde. De leertafel zie ik als een instrument om kennis te borgen op wetenschappelijk niveau, maar ook als stimulans voor verdere kennisontwikkeling. Contact met de praktijk blijft ook hierbij een belangrijk richtpunt."
Praktijkvoorbeelden
Bij het einde van het LmW constateert hij dat de drie kernboodschappen van LmW in de praktijk zijn neergeslagen. Het besef dat we dus met water kunnen leven en wat dat in welke situatie betekent, is volgens hem door LmW nu breder verspreid en op praktijkvoorbeelden gestoeld. "Je kunt zien dat de ontwikkelde kennis toegepast wordt, bijvoorbeeld op het landgoed Lankheet waar met riet water wordt gezuiverd, bij Waalweelde, in Waarheen met het veen en bij de plannen voor de IJssel bij Deventer. En zijn er nog veel meer praktijkvoorbeelden. Het gaat niet alleen om de projecten zelf, maar ook dat partijen die er niet aan hebben meegedaan, ontdekken: 'verhip, zo kan het ook.' En dat de kennis in mensen geborgd is."
Hij constateert dat er een groeiend besef bij waterbeheerders is dat zij zich ook op andere terreinen moeten begeven, bijvoorbeeld op dat van de ruimtelijke ordening, om waterdoelstellingen te realiseren. Zo'n andere insteek past volgens hem ook goed in de besturingsvorm in Nederland. "Door op andere beleidsterreinen te acteren, kun je waterdoelstellingen realiseren. Ik zie dat als een tak van sport die iedereen moet kunnen beheersen. Dat geldt vanuit de ruimtelijke ordening dus ook richting water. Ik vind dat wanneer een wethouder ruimtelijke ordening zegt: "ik ben van RO, ik doe niets met water", niet herkozen dient te worden."
Armoe
Naar de toekomst kijkend, schiet hem als eerste "mijlpaal" te binnen de bezuinigingen waar het kabinet in het voorjaar van 2010 mee zal komen. "Die bezuinigingen zie ik niet als een bedreiging. Armoe maakt creatief. Weinig geld dwingt tot innovatieve oplossingen en tot samenwerking. Ik zou me dus daar maar geen zorgen over maken, maar creativiteit juist niet schuwen om hier succesvol mee om te gaan."
Tot slot moet hem nog wel iets van het hart: "Het pleit voor de regering dat ze heel veel geld heeft uitgetrokken voor de financiële regeling ICES KIS 3 waardoor kennisimpulsprogramma's als LmW konden bestaan. Maar daar stond een knellende bureaucratie met gedetailleerde regeltjes tegenover. Dit heeft, zeker in het begin, veel inzet vereist dat dan weer niet besteed kon worden aan waarvoor het programma bedoeld was. Het had allemaal wel iets eenvoudiger gemogen."
