
![]() |
![]()
|
Nummer 17 / augustus 2010
|
|
Voorwoord
Een feestje op de SS Rotterdam, en toen?
Een daverend slotcongres hadden we op 14 januari op de SS Rotterdam. Ruim 1000 leergierige waterprofessionals snoven belangwekkende kennis op via de vele workshops en reageerden enthousiast op het programma en de resultaten. Ook goed om te zien dat er veel jonge waterprofessionals aanwezig waren, die we nog niet eerder in het netwerk hadden gezien. Veel mensen zijn die dag met een goed gevoel, en met veel bruikbare kennis, van boord gestapt.Konden wij dan tot 31 maart, de officiële einddatum van het Bsik-programma, de boel opruimen en een punt achter Leven met Water zetten? Beslist niet! De kennisontwikkelingsboot van LmW is wel afgemeerd, maar vanaf dat moment hebben we verder gewerkt aan de afronding van het programma. Er was nog budget beschikbaar vanuit bijzondere baten, dat kon worden besteed aan de afronding van nog een paar projecten, aan kennisdoorwerking en de zorgvuldige financiële en inhoudelijke verantwoording van het programma. Sommige projecten hebben nog in 2010 waardevolle kennis opgeleverd, zoals de vier projecten in samenwerking met Waterkader Haaglanden. Onze aandacht voor kennisdoorwerking heeft verder vorm gekregen in een aantal brugateliers en een masterclass in samenwerking met het Deltaprogramma. Met Habiforum en Klimaat voor Ruimte hebben we onze gezamenlijke kennis vertaald in HBO-modules, te gebruiken in het onderwijs (www.deleertafel.nl). Het HBO komt ook nog aan bod in de ontwikkeling van een climate game voor het onderwijs. In deze Nieuwsbrief willen we laten zien welke kennis uit de laatste projecten is gekomen en hoe er gewerkt is aan kennisdoorwerking. Maar een groot aantal projecten loopt gewoon door, ook zonder ons. En dat wil je eigenlijk. De projecten Watertekens en Waalweelde zijn daar goede voorbeelden van. Ik wens u veel leesplezier. Bert Satijn, programmadirecteur van Leven met Water. Programmadirecteur Bert Satijn blikt terug op intense, maar succesvolle bestaansperiode “Kennisdoorwerking vindt plaats, ik zie het op veel plekken gebeuren”
“Nu drie maanden na de officiële afsluiting van het programma, zie je dat op ontzettend veel plaatsen er verder gewerkt wordt met de resultaten van het programma. Leergemeenschappen worden gecontinueerd, het onderwijs pakt de resultaten op in hun curricula en het onderzoek wordt op een aantal plaatsen met nieuwe financiering doorgezet. Maar het belangrijkste is, dat de kennis wordt toegepast in de praktijk en dat is kennisvalorisatie”.Dit zegt Bert Satijn, programmadirecteur van Leven met Water, over de effecten van de “steen in de vijver” die het kennisimpulsprograma Leven met Water (LmW) wilde zijn. Officieel zou LmW op 31 maart volledig zijn beëindigd, maar dankzij additionele inkomsten kon een aantal praktijkontwikkelingsprojecten en kennisdoorwerkingsactiviteiten beter afgerond worden ter completering van het programma. In deze Nieuwsbrief worden die resultaten beschreven. Alleszins is er reden om met de programmadirecteur terug te blikken op de intense, maar succesvolle bestaansperiode van zes jaar van LmW. In vogelvlucht: in het begin veel gedoe met de voorschriften van de BSIK-regeling waar de onderzoek- en adviespraktijk moeilijk mee uit de voeten kon, gevolgd door steeds meer aansprekende projecten die uitwerking gaven aan de drie kernboodschappen van LmW. Dat leidde tot steeds meer begeestering in het land dat vanuit LmW iets moois aan het ontstaan was. Dit alles mondde onder meer uit in een daverend slotcongres op 14 januari 2010 op de SS Rotterdam. Kernboodschappen Bert Satijn: “Heel lang ging Nederland uit van de eenzijdige opvatting dat we het water moesten weren, maar nu zie je dat het accommoderen van water steeds meer aandacht krijgt. Dus het water zijn nieuwe plek geven ter versterking van veiligheid, maar ook voor omgevingskwaliteit en welzijn. Water zijn nieuwe plek geven (kernboodschap nr. 1), zie ik nu op ontzettend veel plekken gebeuren. Op kernboodschap 1 hebben wij een significante bijdrage geleverd.” “Het stimuleren van innovatief waterbeheer, onder meer door de koppeling van gamma- en bètawetenschappers, hebben we ook gehaald. Je ziet duidelijk een transitie van een louter technische benadering van het waterbeheer naar een maatschappelijk ingebed waterbeheer, waarbij de bestuurlijke, economische en vooral sociaal-maatschappelijke processen goed geborgd zijn. Het onderwerp governance staat nu bij een groot aantal partijen nadrukkelijk op de agenda. En je ziet een transitie naar nieuwe transdisciplinaire consortia, bestaande uit de combinatie van universiteiten, adviesbureaus, kennisinstellingen, waterschappen, gemeenten, provincies en andere stakeholders in het brede waterbeheer. Er is een nieuw netwerk ontstaan, waarbij partijen meer en beter met elkaar samen werken. En dat past bij onze derde kernboodschap: versterking van de kennisinfrastructuur.” Leertafel Hij wijst er op dat veel projecten van LmW duidelijke wetenschappelijke kwaliteiten hebben, zoals Interactieve Uitvoering en PROmO (Perceptie en Risicocommunicatie bij het Omgaan met Overstromingsrisico's). In deze projecten zijn nieuwe inzichten en concepten ontwikkeld die direct toepasbaar zijn in de praktijk, maar ook van betekenis zijn voor beleidsontwikkeling. Ook het ontstaan van de Leertafel waarbij vanuit verschillende disciplines afkomstige hoogleraren transdisciplinaire studies gaan opzetten die gericht zijn op problemen in de praktijk, ziet hij als een stap in de goede richting. Bert Satijn: “Je moet de Leertafel ook zien als een instrument om de via LmW ontwikkelde kennis te verankeren. Een deel van het werk dat niet afgekomen is binnen LmW kan doorgezet worden in het Water Governance Centre (WGC) waarin de Leertafel een plek krijgt. Het WGC is een initiatief van de Unie van Waterschappen, waar Leven met Water, de Waterdienst en het NWP nu ook aan meewerken.” Vervolg Volgens hem moeten organisatorische, economische, sociale en juridische aspecten een plek krijgen in planprocessen, omdat het water anders zijn plek niet kan krijgen. Het WGC gaat zich hier verder op richten. Het onderwerp water en ruimte wordt eveneens opgepakt door de groep Hoogwaardig Ruimtegebruik van CURNET waar verschillende partijen op dat terrein samenwerken. “Je kunt zeggen dat de opvolging van LmW voor 15% vorm krijgt via het WGC, voor 15% door de groep Hoogwaardig Ruimtegebruik en de rest wordt opgepakt door de markt zelf.” Tot slot: “Mijn stelling is dat Leven met Water in zijn bestaansperiode 70 procent van het rendement heeft bereikt van het totaal dat we hadden kunnen bereiken als we nog vier jaar extra tijd hadden gekregen en zeg vier miljoen extra geld. Er ligt nog veel kennis op de plank dat zijn weg naar de praktijk niet zo maar zal vinden.” Veel vraag naar inzichten uit Watertekens
Eén van de conclusies van Leven met Water is dat beleving van watervraagstukken en communicatie met bewoners en bedrijven van groot belang is voor een succesvolle implementatie van waterprojecten. Dit is sterk gebleken uit het project Watertekens dat gericht was op het leveren van kennis aan waterbeheerders over communicatie en participatieprocessen. Er werd gewerkt in de vorm van een leergemeenschap die zó succesvol was dat men er mee doorgaat na afronding van het programma.In het project Watertekens studeerden wetenschappers en praktijkmensen samen op mogelijkheden om communicatie, beleving van water en burgerparticipatie goed vorm te geven bij watervraagstukken. Deze aanpak blijkt nu zo succesvol, dat de leergemeenschap doorgaat met behulp van subsidie van de STOWA. De kennis die uit het project is ontstaan, blijkt ook aan een grote behoefte tegemoet te komen. De drie praktijkhandleidingen over hoe je de onderwerpen van Watertekens in de praktijk kunt brengen, waren snel uitverkocht. Ook een tweede druk was snel weg. Die handleidingen zijn nu als PDF te downloaden via de website www.watertekens.nl. Op die website is ook meer informatie te vinden over de resultaten van het project. Naast de praktijkhandleidingen en het doorgaan van de leergemeenschap, zijn dat onder meer enkele wetenschappelijke publicaties, workshops en de PAO-cursus rondom het thema “Beleving en Participatie in waterbeheer”. Ook zonder LmW gaat het gedachtegoed van Watertekens verder. Het stokje is succesvol overgedragen. Doorwerking in praktijk van project Watertekens
Niet alleen gaat de leergemeenschap uit het project Watertekens door, ook in de waterbergingspraktijk heeft dat project zijn weg gevonden”. Landschapsarchitect Kees Ykema krijgt nu meer opdrachten voor waterbergingsprojecten waar gewerkt wordt volgens de methodiek van Watertekens.Ook eenmanszaken zijn aan de slag met de concepten van het project Watertekens, zo blijkt uit zijn verhaal. “De ervaringen die bij Watertekens zijn opgedaan, komen goed van pas bij waterbergingsprojecten waar veel waterschappen nu aan werken. Daar word ik nu vaker bij betrokken. Aandacht voor communicatie, beleving en burgerparticipatie wordt nu beter onderkend. Contact met boeren, burgers en buitenlui is erg belangrijk. Daarbij komt de methodiek zoals die via Watertekens is ontwikkeld, goed van pas.” Die methodiek houdt onder meer in dat bij aanvang een heel goede omgevingsanalyse wordt gemaakt en dat er interviews plaatsvinden met mensen die in het gebied wonen waar “iets”gepland staat. De interviews worden op een voltallige bijeenkomst in alle openheid teruggekoppeld. Zodoende is er geen ruimte voor verborgen agenda’s en herkennen betrokkenen zich makkelijker in het uiteindelijke product. Proces Kees Ykema: “Vaak gaat het om complexe situaties met veel partijen, belangen en gevoeligheden. In het begin kost het wel meer tijd en moeite, maar dat win je door deze methodiek later dubbel en dwars terug. Als waterbeheerder moet je wel open staan voor deze manier van werken en bereid zijn je nek uit te steken. En dit heeft ook gevolgen voor de competenties van projectleiders; het gaat niet zozeer om techniek, maar om communicatie.” Duurzaam Stedelijk Waterbeheer komt naar u toe! Het project Transities Duurzaam Stedelijk Waterbeheer heeft veel kennis en inzichten opgeleverd die heel waardevol kunnen zijn voor gemeenten die hun stedelijk waterbeheer willen afstemmen op de effecten van klimaatverandering. Om die kennis en inzichten te delen met bijvoorbeeld gemeenten die dat goed kunnen gebruiken, is er vanuit het project een roadshow opgezet. Op verzoek komen er deskundigen uit dit project bij u langs om praktijkgerichte kennis te delen. In het kader van het LmW-project Transities Duurzaam Stedelijk Waterbeheer is er onderzoek gedaan naar verschillende concepten over duurzaam stedelijk waterbeheer. De technische haalbaarheid is onderzocht evenals de institutionele arrangementen die daarbij vereist zijn. Op basis van praktijkvoorbeelden in Rotterdam en in Heerhugowaard (Stad van de zon) is er een complete transitiestrategie voor de stedelijke omgeving ontwikkeld waarbij water de rode draad is. Vanuit dit project is eveneens een promotieonderzoek uitgevoerd (Rutger de Graaf), gericht op nieuwe concepten voor de stedelijke waterinrichting. Er is nu een roadshow opgezet om alle kennis en inzichten uit het project zoveel mogelijk te laten “landen”. Niet alleen experts, maar ook vertegenwoordigers van gemeenten die ervaring hebben opgedaan met duurzaam stedelijk waterbeheer, komen op uw verzoek bij u langs. U kunt de roadshow bestellen door contact op te nemen met Frans van de Ven, e-mail: f.h.m.vandeven@tudelft.nl of Rutger de Graaf, e-mail: r.e.degraaf@deltasync.nl . Meer informatie: website TU Delft. Website biedt overzicht van interactieve werkvormen
In de wereld van water en gebiedsontwikkeling zijn vele interactieve werkvormen en beleidsinstrumenten ontwikkeld om projecten en processen te verrijken en/of te versnellen. Er is nu een website, www.waterwerkvormen.nl, dat die werkvormen overzichtelijk toegankelijk maakt. Waterprofessionals en zij die het willen worden (studenten) kunnen hiermee hun voordeel doen. Daarnaast kan een ieder die wil zijn of haar eigen interactieve werkvorm toevoegen. De website is een marktplaats waar je kunt halen en brengen!Het idee voor de website is ontstaan vanuit de vaststelling dat er wel veel interactieve werkvormen zijn ontwikkeld en in rapporten zijn vastgelegd, maar dat die rapporten in één of andere kast liggen of dat een enkele persoon met die kennis rondloopt. Ook in het kader van veel LmW-projecten zijn interactieve werkvormen ontwikkeld. Voor projectleiders en studenten is het handig als zij even op een website kunnen kijken of er een bruikbare werkvorm of beleidsinstrument beschikbaar is voor werk of studie. “Wij wilden dat die werkvormen niet ergens een kwijnend bestaan leiden, maar opgenomen worden in een levendige website waar mensen die ze nodig hebben ze eenvoudig van af kunnen plukken. Ook bewezen werkvormen die nog niet op de website staan, kunnen toegevoegd worden.” Dit zegt Rosalie Franssen, senior adviseur gebiedsontwikkeling bij Deltares. De website is een initiatief van Leven met Water, Deltares, TNO en Waterkader Haaglanden. LinkedIn-groep Rosalie Franssen: “Bij iedere werkvorm op de website is een link naar een bondige factsheet die de werkvorm beschrijft. Ook staat er waar die is ontwikkeld en toegepast en zijn er links naar andere relevante bronnen. Achter de website zit een LinkedIn-groep waar professionals en studenten kunnen discussiëren en kennis delen over werkvormen en beleidsinstrumenten. Wij roepen professionals en studenten op om lid te worden van die LinkedIn-groep.” PROmO: inzichten over risicocommunicatie beschikbaar voor beleid Hoe denkt de bevolking over de risico’s van overstromingen in Nederland en hoe kan de overheid het best communiceren om het (zelfredzame) gedrag van burgers te bevorderen? Dit waren enkele vragen uit het breed opgezette onderzoeksproject PROmO: Perceptie en Risicocommunicatie bij Omgaan met Overstromingsrisico’s. Dit project heeft een schat aan kennis en documenten opgeleverd. Het LmW-project PROmO heeft diepgaand onderzocht welke factoren van invloed zijn op de risicoperceptie van burgers. Daarmee is er veel beter zicht gekomen op de betekenis van risicoperceptie voor het (zelfredzame) gedrag van burgers in geval van (dreigende) overstromingen. Deze inzichten kunnen worden benut bij het beleid ten aanzien van risicocommunicatie over overstromingen. Het onderzoek is uitgevoerd over meerdere sporen, zoals een bestuurlijk-institutioneel spoor, een sociaalpsychologisch en sociaaleconomisch spoor. Een belangrijke output van het project is dat we nu veel beter weten waardoor de risicoperceptie bepaald wordt en wat dit betekent voor het waterveiligheidsbeleid. Het onderzoek heeft zowel bijgedragen aan de pijler van WV21 rond waterbewustzijn als de activiteiten van TMO rond risicocommunicatie. Risicocommunicatie Het onderzoek laat zien dat risicocommunicatie effectief kan zijn om het bewustzijn bij burgers ten aanzien van overstromingen te vergroten. Om mensen te motiveren tot het nemen van voorbereidende maatregelen, moet risicocommunicatie op levendige wijze de lokale gevolgen van overstromingen simuleren. Ook moeten burgers over middelen beschikken die aansluiten op deze voorbereidingen. Het project heeft ongeveer 20 rapporten en werkdocumenten opgeleverd, een zelfde aantal artikelen in wetenschappelijke bladen en vaktijdschriften, alsmede 15 congres- en workshoppapers. De belangrijkste bevindingen van het perceptieonderzoek in relatie tot de voorbereiding op overstromingen zijn gepubliceerd in het proefschrift van Teun Terpstra: Flood Preparedness. Thoughts, Feelings and Intentions of the Dutch Public. De inzichten uit het onderzoek zijn daarnaast verwoord in het boek Kijk op waterveiligheid waarin essays staan over het nieuwe waterveiligheidsbeleid. Integratie Projectleider Herman van der Most van Deltares is tevreden over de vele inzichten, documenten en publicaties in gerenommeerde bladen die het project heeft opgeleverd. Maar hij is minder tevreden over de beoogde integratie van de vier onderzoekssporen tijdens de uitvoering van het onderzoek. “De beoogde integratie heeft gelukkig nog wel handen en voeten gekregen in de laatste fase van het project bij het gezamenlijk schrijven aan het boek ‘Kijk op waterveiligheid’.” Ook is hij tevreden over de gelegenheid om de inzichten onder de aandacht te brengen bij beleidsmakers. Zo is er vanuit PROmO input geleverd aan de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur voor het op te stellen advies over nieuwe normen voor waterveiligheid. Van der Most: “Door de introductie van meerlaagse veiligheid zal het waterveiligheidsbeleid veel complexer worden. Er ligt een belangrijke taak bij de beleidsmaker en wetgever om de toegenomen complexiteit goed te organiseren en te institutionaliseren.” Meer informatie: zie de website van Leven met Water. Het Lankheet toont multifunctionaliteit van waterberging in rietvelden aan
Waterberging en -zuivering, groene energiewinning, natuurontwikkeling en “grijpbare” cultuurhistorie. Dit is allemaal gerealiseerd op het landgoed Het Lankheet in Twente. Daar zijn rietvelden ingericht die oppervlaktewater kunnen bergen en zuiveren. Het riet wordt gebruikt als groene energie. De realisatie van de biomassacentrale staat gepland.Het project Eerst zuiveren dan bergen is al in 2004 gestart in Waterpark Het Lankheet. Zes jaar later blijken de resultaten erg goed te zijn. Door oude vloeiweiden te herstellen op het landgoed en riet te planten wordt er water uit de Buurserbeek gezuiverd, kan er water geborgen worden in tijden van hoog water en wordt het riet geoogst als biomassa voor groene energiewinning. Het concept blijkt nu te werken, maar helaas heeft een kabinetsbesluit de realisatie van de biomassacentrale vertraagd. Deze centrale met een capaciteit van 1 MW zou gerealiseerd worden op het terrein van de Stichting Rentray in Rekken, maar door een herbestemming van de inrichting heeft de geplande biomassacentrale ineens een grote overcapaciteit. “Het is allemaal erg jammer, want de subsidie voor de bouw van de biomassacentrale was al toegekend”, zegt Adrie van der Werf, projectleider en onderzoeker van de Wageningen Universiteit. De biomassacentrale zou gevoed worden met riet en hout van het landgoed en met bermmaaisel van Waterschap Rijn en IJssel. Van der Werf: “We zitten met smart te wachten op de realisatie van de biomassacentrale, want dat is de kroon op het werk. Dan kunnen we ook laten zien dat het financieel uit kan en kunnen we makkelijker andere overheden en organisaties aan onze zijde krijgen. Niettemin voeren we nu wel gesprekken met diverse overheden om een praktijkpilot op te zetten.” Stroomgebiedniveau Hij wijst er op dat de KRW met name waterschappen zal aansporen om werk te maken van verregaande zuivering van oppervlaktewater. Ook de noodzaak voor waterberging roept om praktijkgerichte maatregelen. Met rietvelden is het één en ander vrij eenvoudig te realiseren. “Zaak is wel dat je dit gecoördineerd op stroomgebiedniveau aanpakt als het gaat om de zuivering van oppervlaktewater.” Volgens hem is makkelijk te berekenen dat het systeem kosteneffectief is. De biomassa heeft een energie–inhoud die vergelijkbaar is met houtsnippers en zou voor 20 tot 25 euro per ton afgezet kunnen worden. Ook voor de zuivering van oppervlaktewater door de rietvelden is een financiële vergoeding af te spreken met waterschappen, omdat die ingevolge de KRW moeten werken aan de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater. Het project heeft een eigen website: www.waterparkhetlankheet.nl. Leerlijn Water smaakt naar meer De Leerlijn Water, zoals die in Friesland is ontwikkeld, gaat een breder vervolg krijgen in Nederland. Docenten van het hoger onderwijs (HBO-Wetsus) gaan verder werken aan het competentieprofiel voor ‘young waterprofessionals’. Ook zal er samengewerkt worden met de regionale waterbeheerders en met het programma Human Capital Water & Delta vanwege de vele aanknopingspunten tussen de Leerlijn Water in het hoger onderwijs en het onderwerp arbeidsmarktproblematiek in de watersector. Het LmW-project Leerlijn Water heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de door de hele onderwijskolom lopende Leerlijn Water in Friesland, van basisschool tot HBO/WO-opleiding. Ook zijn er vanuit de watereducatie beroepsprofielen opgesteld. De Leerlijn zal de doorstroom van waterstudenten van het HBO naar de onderzoekswereld vergemakkelijken. Wegens succes is er belangstelling bij onderwijsorganisaties in andere regio’s om deze pilot over te nemen. Hierbij kunnen ze gebruik maken van het draaiboek voor de implementatie van de Leerlijn Water. De vervolgactiviteiten zullen gekoppeld worden aan de activiteiten van de landelijke stuurgroep Watereducatie van de Unie van Waterschappen die er voor gaat zorgen dat de basiskennis voor water in het lager onderwijs een stevige plek gaat krijgen. Vervolgproject “De uitkomst van het project Leerlijn Water is dat een doorlopende leerlijn water voor de gehele onderwijskolom beschikbaar is waarbij het wateronderwijs op de verschillende niveaus op elkaar aansluit.” Dit zegt Olivier Bello, senior projectmanager bij Duurzaam Hoger Onderwijs (DHO) en projectleider van de Leerlijn Water. “Docenten nemen dit graag op in hun lespakket als ze in een vroeg stadium van de ontwikkeling van de leerlijn betrokken worden. Ook directies van onderwijsorganisaties willen hier mee verder. De discussie gaat nu onder meer over het formuleren van de basiskennis water die iedereen in Nederland moet hebben aan het eind aan het voortgezet onderwijs. Er wordt nu gewerkt aan een vervolgproject om dit meer handen en voeten te geven hoger in de onderwijskolom.” Watereducatie Of er wateronderwijs in het algemene onderwijs gegeven wordt, is tot nu toe afhankelijk van de persoonlijke drijfveer van docenten. Eigenlijk wel vreemd voor een waterland als Nederland. Olivier Bello: “In juni 2010 heeft DHO de online community Plado.nl gelanceerd. Plado staat voor platform duurzaam onderwijs. Plado is een platform voor kennisuitwisseling over duurzame ontwikkeling en hoger onderwijs. Het thema watereducatie kent een speciale plek op Plado. Doel is om een debat- en ontmoetingsruimte online te bieden waar men de informatie van www.watereducatie.nl en uit alle andere kennisbronnen kan kortsluiten met ervaringspraktijk, netwerkactiviteiten en allerlei pilots. Kennisuitwisseling op Plado zal een belangrijke rol spelen bij het verder in Nederland uitrollen van de doorlopende leerlijn water.” Leergemeenschap uit Interactieve Uitvoering gaat door met toolbox
Dat wetenschap en praktijk zich nogal onwennig voelen als ze met elkaar optrekken, bleek aanvankelijk ook uit het project Interactieve Uitvoering. Maar na een jaar snuffelen en elkaars taal leren verstaan, kwam er ineens een geweldige stroomversnelling op gang die ook nu nog doorgaat. Er zijn concrete hulpmiddelen ontwikkeld waar anderen hun voordeel mee kunnen doen.Het project Interactieve Uitvoering was er op gericht om de “koude lassen” in projecten tussen planvorming, ontwerp, uitvoering en beheer te identificeren en mogelijkheden aan te reiken om die koude lassen “op te warmen”. Via een leergemeenschapachtige structuur hebben de deelnemers uit wetenschap en praktijk ontdekt hoe dit is te bereiken. Hoe dus al met de uitvoering begonnen kon worden zonder dat het definitieve eindplaatje vaststaat. De leergemeenschap, bestaande uit wetenschappers en praktijkmensen, gaat door met het ontwikkelen en verspreiden van kennis. Het ingenieursbureau Tauw trekt dit. Onder meer wordt de toolbox die binnen het project is ontwikkeld, verder ontwikkeld en gepromoot. Deze gereedschapskist bevat onder meer inzichten en hulpmiddelen om die werkvorm te ondersteunen. Er is echter geen blauwdruk die je overal kunt toepassen. Er zal altijd sprake zijn van maatwerk met specifiek op te lossen problemen. Het project heeft een eigen website, zie www.interactieve-uitvoering.nl. U kunt ook lid worden van de LinkedIn groep Interactieve Uitvoering. Kennis uit LmW in Actieplan Water en Ruimte van de Unie
Een flink deel van de verworven kennis van Leven met Water zal z’n plek krijgen in het Actieplan Water en Ruimte dat gemaakt is door de Commissie Water en Ruimte. Deze commissie is eind 2008 ingesteld door de Unie van Waterschappen om de waterschappen te verleiden zich actief te begeven op het terrein van de ruimtelijke ordening. De koppeling tussen waterbeheer en ruimte zal de komende jaren in de regio nadrukkelijk worden opgepakt, mede dankzij kennis uit projecten van Leven met Water.De breed samengestelde Commissie Water en Ruimte, onder voorzitterschap van dijkgraaf Patrick Poelmann, heeft een actieplan in hoofdlijnen opgezet om de waterschappen vertrouwd te maken met de wereld van de ruimtelijke ordening zodat de wateropgave beter en efficiënter wordt uitgevoerd. Voor de uitwerking van dat plan heeft de commissie contact gezocht met CURNET (Leven met Water is partner van CURNET) en NIROV, die vervolgens een uitgewerkte opzet hebben gemaakt. De uitwerking is er niet alleen op gericht om waterschappers de benodigde competenties bij te brengen, maar ook om de verbinding te leggen met planologen, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten enz. Zodoende zal water makkelijker en logischer zijn plek weten te vinden in het ruimtelijke ontwerp. De uitwerking voorziet in de opzet van regioateliers, leergemeenschappen, trainingen en seminars over een periode van drie jaar. Het is de bedoeling dat waterschappers kernvaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om in ruimtelijke processen het belang van water goed over het voetlicht te brengen, aan te kunnen geven hoeveel ruimte je daarvoor nodig hebt en hoe dat in het totale ontwerp een plek kan krijgen. Rijksbijdrage Hoe “rijk” die uitwerking precies zal zijn, hangt onder meer af van de toekenning van de gevraagde rijksbijdrage. “De Unie van Waterschappen wil dat het actieplan wordt uitgevoerd en heeft hiervoor geld gereserveerd”, zegt Wim Abels van de Unie van Waterschappen. “Aan het rijk hebben we een bijdrage gevraagd om de uitwerking krachtiger te maken. We zijn in ieder geval blij dat CURNET en NIROV de uitwerking willen gaan oppakken. Ook zijn we blij dat de via Leven met Water ontwikkelde kennis over meervoudig ruimtegebruik, maar ook over communicatie en bestuurlijk schakelen, een plek krijgt in die uitwerking.” Door de betrokkenheid van CURNET wordt er niet alleen kennis overgedragen uit Leven met Water, maar ook uit Habiforum en uit de aan CURNET gelieerde civieltechnische netwerken. Het Actieplan Water en Ruimte zal ook in de aandacht komen van het deelprogramma Nieuwbouw & Herstructurering van het Nationaal Deltaprogramma. Masterclasses voor kennisdoorwerking naar Deltaprogramma In de afrondingsfase van Leven met Water zijn er vier masterclasses met het Deltaprogramma om de kennis die binnen LmW en Habiforum aanwezig is en relevant is voor het Deltaprogramma actief “aan de man te brengen.” Op de vier masterclasses (joint workshops) komen vanuit het Deltaprogramma vraagstukken op tafel waarbij gezamenlijk met experts uit het netwerk van Leven met Water naar oplossingen wordt gezocht. “Aan de hand van een concrete vraag uit het Deltaprogramma kom ik langs bij de desbetreffende projectleider voor een soort intakegesprek”, zegt Corné Nijburg, programmamanager CURNET Hoogwaardig Ruimtegebruik. “Een vraagstuk kan bijvoorbeeld zijn hoe je bij water en gebiedsontwikkeling allerlei verschillende partijen constructief bij elkaar krijgt. Via het intakegesprek probeer ik duidelijk te krijgen waar de schoen nu werkelijk wringt, bijvoorbeeld op het vlak van financiering, burgerparticipatie, of de procesmatige gang van zaken. Vervolgens wordt er gezamenlijk een dag georganiseerd om dit verder uit te spitten. De projectleider nodigt voor die dag een aantal mensen uit die relevant zijn voor het verder brengen van zijn casus en ik nodig uit ons netwerk een aantal experts uit die specifiek op de genoemde thema’s ingaan.” Connectie Zodoende wordt de connectie gelegd tussen het kennisaanbod in Leven met Water en de kennisvragen uit diverse geledingen van het Deltaprogramma. In de vier workshops gaat het om complexe situaties waarbij diverse opgaven uit verschillende hoeken tegelijk opduiken (woningbouw, natuurontwikkeling, waterveiligheid enz.). Na de zomer zullen deze workshops worden uitgevoerd. Daarna zal er een brede evaluatie zijn waarmee duidelijk kan worden hoe het Deltaprogramma in generieke zin kan worden bediend. Concept Ecopolder brengt cradle-to-cradle-principe binnen bereik
De bemaling van een polder, het terugdringen van de verzilting en het terugwinnen van energie is mogelijk volgens het cradle-to-cradle-principe in het Ecopolder-concept. Toepassing van dit concept resulteert in een economisch rendabel systeem waarbij verschillende milieudoelstellingen worden gehaald. Waternet onderzoekt de implementatiemogelijkheden.Het concept de Ecopolder gaat over de koppeling van energie-, water- en afvalstromen. Enkele hoofdlijnen uit dit concept zijn dat zout grondwater met ondergrondse drains opgepompt wordt voordat het opkwelt in het oppervlaktewater, waardoor verzilting wordt voorkomen. Dit zoute grondwater wordt opgewerkt tot drinkwater met behulp van de restwarmte van energiecentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Afval uit de landbouw en van huishoudens gaat naar deze afvalverbrandingsinstallatie die vervolgens energie levert voor de rioolwaterzuivering en voor de verwerking van het zuiveringsslib en het zoute grondwater. Door verder slimme dingen te doen op het gebied van bijvoorbeeld koude- en warmte-opslag en geothermie, kan een gebied zelfvoorzienend worden op het gebied van water, afval en energie. Het project Ecopolder van Leven met Water is succesvol afgerond. Er is ook een rekenmodel EcoLink ontwikkeld waarmee vraag en aanbod van de verschillende energie-, CO2-, water- en afvalstromen in ruimte en tijd op elkaar afgestemd kunnen worden. Het rekenmodel bevat een databank met kengetallen ten aanzien van de verschillende stromen, toepassingen en technieken. Met Ecopolder en EcoLink wordt het voor regionale en lokale politici en beleidsmakers veel makkelijker om inzicht te krijgen in de kansen en mogelijkheden voor duurzaamheid in een bepaald gebied. Netwerk Adaptable cities richt zich op dynamische stedelijke ontwikkeling Stedelijke ontwikkeling moeten we in Nederland veel flexibeler opzetten in verband met de effecten van sociaal-economische en mobiliteitsontwikkelingen en klimaatverandering. Deze gedachte vormde de grondslag voor het netwerk Adaptable cities dat vanuit Leven met Water is ontstaan. Dit is een netwerk van steden dat via kennisuitwisseling concrete stedelijke vraagstukken wil helpen oplossen op het terrein van water en gebiedsontwikkeling. Andere overwegingen voor de oprichting van het netwerk waren dat heel veel stedelijke kennis- en innovatieprojecten vooral gericht zijn op de planfase, terwijl er richting realisatie nieuwe vraagstukken opduiken waarmee geen rekening wordt gehouden. Vanuit diverse (stedelijke) projecten van LmW is het netwerk Adaptable cities ontstaan. Corné Nijburg van CURNET – Hoogwaardig Ruimtegebruik: “In Dordrecht wordt bijvoorbeeld veel ervaring opgedaan met buitendijks bouwen, en in de wijk Wielwijk ook met klimaatadaptatie in een bestaande wijk. Onder de naam Delft Spetterstad (zie elders in deze Nieuwsbrief) worden initiatieven ontwikkeld voor een duurzame en klimaatadaptieve leefomgeving waarbij ook een klimaatbarometer wordt ontwikkeld. In andere steden wordt gewerkt aan veiligheid, flexibiliteit en prettig leefklimaat gelet op klimaatverandering. De deelnemende steden voelen zich koploper. Vanuit CURNET – Hoogwaardig Ruimtegebruik organiseren wij bijeenkomsten om hun verhaal onderling uit te wisselen en breder over het voetlicht te brengen. Ook willen we activiteiten ontwikkelen die voor het hele netwerk van belang zijn.” Het netwerk van steden gaat zonder LmW door, maar CURNET zoekt naar mogelijkheden voor externe financiering. “Wij zien graag een koppeling tussen wetenschap en praktijk waarin Adaptable cities een plek zou kunnen krijgen.” Kennisverspreiding Beter Bouw- en Woonrijp Maken gaat door Het project Beter Bouw- en Woonrijp Maken (BBWM) gaat door met het publiceren van kennis en met praktijkgerichte kennistoepassing. De basis hiervoor vormt de opschaling van projectvorm naar een platform op 1 maart 2009. Dit platform, onder de naam 3BW (www.3bw.nl), wil een podium bieden voor kennisontwikkeling voor de ontwikkeling van duurzame, robuuste en flexibele woon- en leefgebieden. Het platform wordt aangestuurd vanuit CURNET. Het project BBWM is ontstaan vanuit de vaststelling dat het bouw- en woonrijp maken in woningbouwprojecten vaak niet goed verloopt, blijkens slechte drainage en wateroverlast voor bewoners. Het project richtte zich op het ontwikkelen van een bouw- en woonrijpmethodiek die zowel voor de inrichtingsfase goedkoop en handig is, maar ook goed uitpakt voor de gebruiks- en beheerfase. Via het project is die methodiek er gekomen waarbij ook is gekeken naar de effecten van klimaatverandering. Deze kennis wordt dit najaar opnieuw overgebracht naar de professionals via de PAO-cursussen Beter Bouw- en Woonrijp Maken en Binnenstedelijke infrastructuur op slappe bodem. Corné Nijburg van CURNET: “Het project BBWM heeft veel kennis opgeleverd dat in diverse publicaties is ondergebracht, zoals in de handreiking Overstromingsrobuust Inrichten en in het boek Waterrobuust Bouwen. Toen het project werd opgeschaald naar een platform om de kennis verder te verspreiden, veranderde ook de naam in 3BW. De afkorting staat voor beter bouwen, beter wonen. Vanuit de gemeenten is veel belangstelling voor de inzichten uit BBWM en ingenieursbureaus gaan met bouwers in gesprek over het toepassen van de nieuwe bouw- en woonrijpmethodiek. Al met al een geslaagd voorbeeld van een project waarbij de kennis verankerd wordt in de praktijk.” Veel innovatieve ideeën klimaatadaptatie in Delft Spetterstad
In veel stedelijke ontwikkelingsopgaven vraagt men zich af hoe men succesvol met stakeholders kan inspelen op klimaatadaptatie en hoe men klimaatideeën en -maatregelen in ruimtelijke planprocessen krijgt. In het project Delft Spetterstad is hier veel ervaring mee opgedaan. Er is ook nieuw materiaal uit voortgekomen waarmee andere steden, maar ook het ministerie van VROM, hun voordeel mee kunnen doen.In de gebiedsontwikkeling voor het gebied van de TU Delft kwamen veel opgaven bij elkaar (water, groen, huisvesting, klimaatadaptatie), maar was de gemeente bij de planontwikkeling op z’n neus gevallen doordat bewoners bij de Raad van State een procedure hadden gewonnen. Daardoor zat de boel op slot, hadden sommige partijen zich ingegraven, terwijl de druk op de probleemoplossing eigenlijk alleen maar toenam. Toen uit een andere hoek een nieuw consortium het project Delft Spetterstad ging uitvoeren, kwam er weer beweging met grote resultaten tot gevolg. Vanuit Leven met Water werkte Udo Greuter mee als procesbegeleider. Udo: “We wilden met de aanpak van gecombineerde gebiedsopgaven ervaring opdoen die ook elders toepasbaar is.” Klimaatateliers Eén van de eerste actiepunten betrof het organiseren van twee klimaatateliers waar alle betrokkenen werden uitgedaagd om innovatieve ideeën te ontwikkelen. “Daar kwamen veel goede ideeën en energie bij vrij. Inhoudelijk waren ook de vertegenwoordigers van het ministerie van VROM tevreden, omdat dat ministerie op zoek is naar ontwerpoplossingen gelet op klimaatadaptatie. De ideeën uit de klimaatateliers werden ook verwelkomd door de gemeentelijke projectleider van het MER-gebiedsontwikkelingsproces dat op slot zat. Onderkend werd dat die ideeën inspiratie boden om de boel vlot te trekken. We zijn met die projectleider gaan samenwerken.” Ondertussen werd er met de MER-betrokkenen gezamenlijk gewerkt aan een klimaatvariant voor de MER en kwam er een climate game waarin alle ideeën in samenhang werden gevisualiseerd. Udo Greuter: “Er waren ideeën, er ontstond beweging en toen de climate game gespeeld werd, ontstond er ook meer draagvlak voor de oplossingsrichtingen. Dit werkte gunstig om klimaatadaptieve varianten en maatregelen te formuleren voor de MER. Zodoende werd het één en ander ook procedureel ingebed.” Deadline Er kwam steeds meer enthousiasme en openheid. Werkgroepjes die een idee hadden uitgewerkt, hielden daar een presentatie over. Maar er was een grote tijdsdruk door de deadline vanuit de MER. “Door die deadline zag je dat organisaties eerder bereid waren om hun eigen opvattingen nog eens tegen het licht te houden. Er was sprake van een heel creatief snelkookproces. Wat ook heeft geholpen, was dat er vanuit het Kernteam altijd duidelijk een besluitvormingslijn zichtbaar was. Iedereen wist dat als men ergens niet uitkwam, er dan knopen werden doorgehakt en we weer verder gingen.” Hij vindt dat de innovatieve ideeën voor klimaatadaptatie generiek van aard zijn en dus overal kunnen worden toegepast. Het proces heeft ook bouwstenen opgeleverd voor de beleidsontwikkeling van het ministerie van VROM over klimaatadaptatie. Met het ministerie praten we daar verder over.” Kennisdoorwerking De climate game is nu verder ontwikkeld en overal toepasbaar. De bedoeling is om de climate game als digitale leeromgeving beschikbaar te krijgen voor professionals van gemeenten en waterschappen, maar ook voor studenten op wetenschappelijk en HBO-niveau. Ook komen er uit Delft Spetterstad beeldende kaarten beschikbaar over blauwgroene klimaatadaptatie in wijken. De in het project ontwikkelde methode om aan hittestress handen en voeten te geven, wordt opgenomen in de klimaatbarometer van UNESCO-IHE. Verder zal de kennisdoorwerking een plek krijgen binnen Hoogwaardig Ruimtegebruik van CURNET. Het past vooral heel goed in het netwerk Adaptable cities (zie elders in deze nieuwsbrief). Zo zijn er al concrete plannen om in de Dordtse wijk Wielwijk inzichten uit het project toe te passen. Udo Greuter: “Klimaatadaptatie bij stedelijke ontwikkeling is nu vaak een zoektocht, maar de waardevolle kennis uit dit project helpt hierbij.” Schetsschuit Texel: aanpak voor draagvlak en mogelijke oplossingen Hoe met alle betrokkenen in een overzichtelijk gebied goede ideeën verzamelen voor oplossingen van de waterproblematiek en die ideeën meenemen in ruimtelijke procedures? In een notendop speelde dat in januari 2010 op de Schetsschuit “Klimaatbestendig waterbeheer Texel” waarbij het eiland wellicht als voorbeeld kan fungeren voor de rest van Nederland. Texel heeft diverse problemen op het gebied van waterbeheer. Er is lokaal sprake van verzilting en verdroging en van een dunne zoetwaterlens. Verder hebben natuurontwikkeling en landbouw vaak tegengestelde belangen in het waterbeheer. Door klimaatverandering zullen de problemen voor iedereen alleen maar groter worden als er niets gebeurt. De Waddenvereniging heeft samen met de Stichting Duurzaam Texel en de ILG-gebiedscommissie de Schetsschuit “klimaatbestendig waterbeheer Texel” georganiseerd om gezamenlijk na te denken over een duurzame zoetwaterhuishouding op het eiland. “Gelet op de water- en gebiedsproblematiek staat het eiland voor een aantal lastige beslissingen”, zegt Wouter van der Heij van de Waddenvereniging. “Het is dan goed om met iedereen hierover open van gedachten te wisselen. Dan komt er ook veel kennis op tafel van de lokaal betrokkenen. Voor de Schetsschuit was een breed samengestelde groep uitgenodigd, bestaande uit bewoners, gebruikers, inhoudelijke experts en beleidsmakers.” Hete hangijzers Zo’n 40 deelnemers kwamen zodoende met elkaar in gesprek over de waterproblematiek in het licht van klimaatverandering. Eerst gaven drie deskundigen uit het netwerk van Leven met Water informatie over drie specifieke onderwerpen. Vervolgens ging het hele gezelschap naar buiten om een aantal “hete hangijzers” met eigen ogen te aanschouwen. Daarna ging iedereen weer naar binnen en werd het gezelschap in groepjes verdeeld om gebogen over verschillende kaarten de problemen en mogelijke oplossingen te schetsen. Door een landschapsarchitect werden de deelnemers uitgedaagd om buiten de gebruikelijke kaders te denken. Masterplan Water Wouter van der Heij: “Na het schetsen was er een plenaire terugkoppeling. Duidelijk was dat de Schetsschuit een rijke oogst heeft opgeleverd aan schetsen, suggesties en ideeën. De volgende dag zijn die, door de landschapsarchitecten van de Dienst Landelijke Gebied, gepresenteerd aan bestuurders en andere geïnteresseerden. De oogst van de Schetsschuit zal worden meegenomen in het tweede Masterplan Water dat nu in ontwikkeling is.” Volgens Van der Heij zorgt deze methode voor het creëren van draagvlak voor sommige moeilijke maar noodzakelijke ingrepen. De methode schetsschuit is ook goed toepasbaar voor andere ruimtelijke vraagstukken in andere delen van Nederland. Het Schetsboek, met het verslag en alle schetsen, is inmiddels gereed en te downloaden via http://www.waddenvereniging.nl/klimaatverandering/ |
Groningenweg 10
Gouda Postbus 420 2800 AK Gouda Telefoon (0182) 540 696 Telefax (0182) 540 697 E-mail mail@levenmetwater.nl |